RubenVis

Ruben Vis

“Want hoeveel mensen hebben in hun leven zoveel te verduren gehad als hij?”

De 103-jarige nazi Jacob Luitjens, de Trouw-redacteur en de podcast De Schrik van Roden – deel 1 van een drieluik

Ruben Vis, mei 2022

In januari 2021 publiceerde dagblad Trouw een lang artikel van Stijn Reurs over Nederlanders die in Auschwitz werkten. Nederlanders die er geen probleem in zagen om zich bij de SS aan te sluiten. Vrijwillig. Een kind van zo’n collaborateur zegt in het artikel: “Die ene maand Auschwitz heeft de rest van zijn leven bepaald.” Een jaar later lijkt Trouw een nieuwe rol voor zichzelf te zien. Het beeld van foute Nederlanders, de groep die ooit de schrik van de Trouw-groep was, bij te stellen. Sinds de jaarwisseling 2021-2022 is er van Trouw een zevendelige podcastserie, De Schrik van Roden. Verslaggever Maarten van Gestel heeft er bijna een jaar aan gewerkt. Tegenover Met het Oog op Morgen zei Van Gestel er een persoonlijke obsessie aan te hebben overgehouden. Het onderwerp van zijn obsessie, een voor oorlogsmisdaden veroordeelde man van 103 jaar oud, is binnen een jaar na het publiceren van de podcast op 14 december 2022 overleden.

Maarten van Gestel heeft de laatste nog levende voor oorlogsmisdaden veroordeelde Nederlander opgespoord en besteedt daaraan maar liefst zeven afleveringen van een podcast met de naam De Schrik van Roden. Roden is een plaatsje in Drenthe vlak onder de stad Groningen.

Tegelijkertijd met zijn podcast over De Schrik van Roden, publiceerde Trouw een groot artikel van Van Gestel met de 91-jarige Arjen de Groot uit Enschede. Vanaf het moment dat de vader van De Groot NSB’er wordt, heeft Arjen een verschrikkelijk leven. Hij wordt uitgesloten door zijn vriendjes. Uitsluiting in de Tweede Wereldoorlog. Het doet denken aan het Vondelpark waar koning Willem-Alexander over sprak op 4 mei 2020: “Niet meer naar het zwembad mogen. Niet meer mogen meespelen in een orkest. Niet meer mogen fietsen. Niet meer mogen studeren. Worden opgepakt en weggevoerd. Sobibor begon in het Vondelpark. Met een bordje: ‘Voor Joden verboden’.”

Van Gestel: “In de weekenden moet Arjen nu marcheren en sporten, in een blauw uniformpje en met nieuwe kameraadjes.”

Moet.

Arjens vader, Keimpe de Groot, is een foute politieman die in Enschede Joodse gezinnen arresteert, terwijl Arjen ondertussen verliefd is op zijn Joodse klasgenote Loes Perez. Wat Van Gestel niet schrijft is wat vader De Groot aangerekend wordt. Na de bevrijding stond Keimpe de Groot terecht, omdat door zijn optreden minstens twaalf Enschedese Joden in vernietigingskampen waren omgekomen. Hij wordt veroordeeld tot vijftien jaar.

Plotseling is Loes verdwenen. Gearresteerd. Loes overleeft en keert terug. Loes was op transport gesteld naar Bergen-Belsen. Arjen komt bij de jeugd-SS terecht in een opleidingskamp ergens in Duitsland. De Groot, 91 inmiddels, heeft sindsdien een verschrikkelijk leven, tot aan de dag vandaag. Dat is de boodschap die Van Gestel in zijn artikel de lezer onomwonden geeft.

Op transport gesteld

Loes is ‘op transport gesteld’, het zijn mijn woorden, maar niet zonder betekenis. Het is de term voor de deportaties van de Joden in de oorlog. En wat doet Van Gestel als hij beschrijft hoe Arjen de Groot vanuit Enschede in een Duits SS-kamp terecht komt? Van Gestel kiest zijn woorden en schrijft: ‘Arjen legt uit dat zijn vader hem en zijn moeder op transport naar Duitsland had gezet, omdat het ‘gevaarlijk zou worden’ in Nederland’.  Op transport stellen. Arjen is met zijn moeder door zijn vader op transport gezet. Op transport, wat is dat voor een uitdrukking?

‘De grote Van Dale omschrijft op transport zetten of stellen als “het stelselmatig vervoeren van Joden naar Duitsland en naar in andere landen gelegen concentratiekampen”. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal bevestigt in een van zijn veertig banden dat dit de gebruikelijke context is’.

Dit is een letterlijk citaat uit hetzelfde dagblad Trouw waarin Van Gestel en zijn collega Stijn Reurs schrijven, maar dan van 3 maart 1999. De aanleiding is een politicus die eerder die week sprak over Bosnische vluchtelingen die tegen zijn zin terug zouden moeten. Hij gebruikt daar voor de term ‘mensen op transport zetten’. Het leidde tot een heftig politiek debat. Trouw-taalredacteur Jaap de Berg schreef dat een politicus meer dan alleen maar oppervlakkig kennis zou moeten dragen van de Tweede Wereldoorlog. De Berg: ‘Meer dan oppervlakkige kennis vergt ook enige bekendheid met het toen gangbare idioom. Daarvan maakt, naast persoonsbewijs, winterhulp, pulsen, wegvoeren naar het Oosten en nog heel veel meer, ook op transport zetten deel uit, helaas’.

Zo zat de krant er in het laatste jaar van de vorige eeuw in. Je behoort te weten dat, als je het hebt over ‘iemand op transport zetten’, je Joden in de Tweede Wereldoorlog bedoelt. Geen Bosnische vluchtelingen en zeker niet het kind van een foute politieman die Joden arresteerde.

Nu zit Maarten van Gestel op de stoel van De Berg. Welke koers vaart Trouw twintig jaar later met artikelen van Reurs over het leed van Nederlandse SS’ers in Auschwitz, van Van Gestel over het leven van een bijna SS-kindsoldaat uit Enschede en over Jacob Luitjens die twee jaar lang in een Nederlandse gevangeniscel zijn straf uitzat, maar was dat wel terecht?

Kringleider
Jacob Luitjens was in 1941 al de kringleider van de NSB-groepen in Roden en Peize. Daar viel ook de plaatselijke WA, de NSB-knokploeg, onder. De WA-groep in Amsterdam gebruikt geweld tegen Joden. De leden trokken daar de Jodenbuurt in en lokten er gevechten uit. Het leidde als represaille van de Duitsers tot de eerste razzia. Alle opgepakte Joodse jongemannen werden naar concentratiekamp Mauthausen afgevoerd. Wat weer leidde tot de Februaristaking.

Luitjens had zich aangemeld voor de SS maar had een verminkte arm en hand. Dus dat ging niet door. Daarop meldde Luitjens zich noodgedwongen bij de Landwacht, een soort hulppolitie van NSB’ers. Maar hij was al voor de oorlog een fanatieke NSB’er, net als zijn broer en zijn vader, de veearts van het dorp.
Na de bevrijding wordt Luitjens geïnterneerd in Kamp Westerbork. Daaruit ontsnapt hij naar Duitsland en weet hij naar Paraguay te vluchten. Bij verstek wordt de foute Nederlander veroordeeld tot levenslang wegens opzettelijke hulpverlening aan de vijandelijke bezetter. Vanuit Paraguay gaat hij naar Canada. Daar woont en werkt hij in Vancouver en is hij lid van de Doopsgezinde kerk. Eerder was het ook de Doopsgezinde kerk die hem hielp om vanuit Duitsland naar een nazi-enclave in Paraguay te vluchten.
Op een gegeven moment in de jaren tachtig wordt Luitjens, die dus een levenslange veroordeling aan de broek heeft maar in Canada woont, met zijn vrouw, twee zoons en een dochter, ontmaskerd en opgespoord. Het duurt nog tien jaar maar dan wordt Luitjens op het vliegtuig gezet en belandt hij na ruim veertig jaar alsnog achter de Nederlandse tralies. Na twee jaar volgt echter vervroegde invrijheidstelling.

Oordeel Beatrix
Meer dan 25 jaar na zijn vervroegde vrijlating besteedt Trouw-journalist Maarten van Gestel bijna een jaar aan onderzoek naar het verhaal van deze oorlogsmisdadiger. De uitkomst: Luitjens is helemaal niet zo’n grote schurk. Waarom doet deze journalist zulke verwoede pogingen om Luitjens’ verhaal te nuanceren? Want was dat al niet gebeurd, door de rechtbank, de staatssecretaris van Justitie, het kabinet en uiteindelijk door toenmalig koningin Beatrix; wat ertoe heeft geleid dat Luitjens in 1995 weer op vrije voeten kwam. Hoe denkt Van Gestel dat te gaan toppen? Uitgesloten. En toch lijkt hij zijn gelijk te willen halen.

In angst
Maarten van Gestel beschrijft Luitjens’ leven als bekend is geworden dat hij veertig jaar eerder in Nederland voor opzettelijke hulpverlening aan de vijandelijke bezetter is veroordeeld. Van Gestel: ‘Het duurt tien jaar na de ontmaskering voordat de Canadese rechter uitspraak doet. Al die tijd leeft Luitjens in angst of hij Canada uit moet. Hij heeft dag in dag uit geen idee of hij bij zijn vrouw en kinderen mag blijven of dat hij Canada zal worden uitgezet waarna hij in Nederland misschien wel levenslang de gevangenis in moet. Voor Jacob is zijn lot onzeker. Zou hij vrezen voor het ergste?’

Van Gestel: ‘Na de uitspraak dat hij Canada moet verlaten gaat het razendsnel. Jacob moet zijn koffers pakken, afscheid nemen van de mensen in zijn kerk, afscheid nemen van zijn huis in de stad waar hij al meer dan dertig jaar woont, afscheid nemen van zijn volwassen kinderen en zijn bejaarde vrouw die hij hier, achter moet laten’. Angst, onzekerheid, vrees, koffers pakken, gedwongen afscheid nemen, aldus Van Gestel, die vervolgens zijn medeleven met de arme Jacob Luitjens etaleert.

Maar Van Gestel gaat verder: ‘In Nederland wacht een kille gevangeniscel op de 73-jarige Jacob Luitjens. Houdt hij zich daar staande? In het Huis van Bewaring zit Jacob in een kille cel van vier bij twee meter, een metalen bed en bureautje staan vastgeschroefd aan de wanden, hij mag één uur per dag naar buiten voor frisse lucht. Hoe houdt hij zich hier staande?’

Lees HIER deel 2 van dit drieluik.