RubenVis

Ruben Vis

Leo Trager, veertien jaar, de jongste met een Sperre

Veertien jaar, daarmee is Leo Trager waarschijnlijk de jongste die een Sperre kreeg, zonder dat een ander, ouder gezinslid over een dergelijke vrijstelling beschikte die ‘bis auf weiteres’ bescherming bood voor transport. Uiteindelijk ‘platzte’ ook Leo’s Sperre. Zijn schoolkameraad Alexander Dinkel overleefde de oorlog. Had Leo de Sjoa overleefd (ook met een ‘geplatzte’ Sperre hebben sommigen overleefd) dan was hij net als Alexander vast ook uitgegroeid tot een bekwaam en befaamd rabbijn. Alle voortekenen wezen daarop. Het heeft niet bewaarheid mogen worden.

Ruben Vis, mei 2026 [in: Misjpoge, blad van de Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie]

Een ‘Sperre’ was in de Tweede Wereldoorlog de felbegeerde status voor Joden om niet op transport te worden gesteld. Een vrijstelling dus in de vorm van een stempel met een nummer in het persoonsbewijs. Die vrijstelling werd door de Duitse autoriteiten verleend op voordracht van de Joodse Raad, vanwege persoonlijke omstandigheden of omdat een bepaalde maatschappelijke functie moest blijven worden uitgeoefend om het overigens geïsoleerde leven van de Joodse bevolkingsgroep te accommoderen. Bijvoorbeeld een Joodse arts of een leerkracht aan een school voor Joodse leerlingen maar ook vanwege allerlei baantjes in het raderwerk van de Joodse Raad, het op last van de bezetter opgerichte orgaan – zonder rechtspersoonlijkheid – dat de van de rest van Nederland geïsoleerde Joodse bevolking bestuurde.

Niets waard

Die Sperren bleken niets waard, hoogstens een vorm van uitstel. Uiteindelijk zou iedereen die niet om persoonlijke reden was ‘gesperrt’, met uitzondering van een heel kleine groep, op transport worden gesteld, tenzij zij in staat zijn geweest om zich aan het systeem te onttrekken door onder te duiken (en in de onderduik niet alsnog te worden gepakt). De Sperre-status werd aangetekend op de kaart die door de Joodse Raad van iedere Jood werd gemaakt. Daarop stond getypt: “Gesperrt wegens…” en dan volgt een omschrijving. Als de Sperre op een later moment werd verleend dan de datum waarop de kaart was aangemaakt, werd de Sperre-aantekening met de datum er – vaak met de hand – aan toegevoegd. Overigens blijkt de cartotheek zoals die na de bevrijding beschikbaar kwam en voor opsporing van vermiste personen bij het Nederlandse Rode Kruis in beheer was geplaatst, niet volledig te zijn.

Negentien jaar

Toen ik naar aanleiding van zijn honderdste geboortedag een biografisch artikel schreef over Hans Bloemendal (1923-2015), hoogleraar biochemie en oppervoorzanger van de Joodse Gemeente Amsterdam, zag ik tot mijn verbazing dat hij al op de jonge leeftijd van negentien jaar over een Sperre beschikte.

In de eerste week van juni 1942 slaagde Bloemendal voor het HBS-eindexamen op de middelbare school die vanaf september een school voor Joden zou worden omdat Joodse leerlingen niet meer werden toegelaten op niet-Joodse scholen. Toen enkele weken na zijn eindexamen de gerichte deportaties begonnen, had de negentienjarige Hans binnen drie weken een Joodse Raad-Sperre bemachtigd. Hij werd ‘estafetteloper’ van de Pastorale Commissie van de Joodse Gemeente Amsterdam; een verzetsdaad om zich te verweren tegen de dreigende oproep tot deportatie. In september 1942 kreeg de rest van het gezin een Sperre omdat moeder Mina erin slaagde bij dezelfde Pastorale Commissie een positie te krijgen als huisbezoeker.

Verbazing

Negentien jaar en al zelfstandig in het bezit van een Sperre. Het leek me uitzonderlijk. Maar toen ik onlangs door louter toeval naar de Joodse Raad-kaart keek van Leo Trager, was mijn verbazing nog groter.

Het gezin van Naftali Trager woonde in de Christiaan de Wetstraat 2, 2-hoog in Amsterdam-Oost. De familie kwam uit het buitenland, Naftali Trager, de vader, was kleermaker of dameshoedenmaker. Hij was in 1890 in Oostenrijk-Hongarije geboren, de moeder, Lea Tepper in 1895 in Polen. In 1926 zijn zij getrouwd, Leo werd op 2 oktober 1927 in Wenen geboren en met hun kind van een maand oud vestigden Naftali en Lea Trager zich in Amsterdam. Leo had twee jongere zusjes: Ruth en Gitta, beiden in Amsterdam geboren, respectievelijk in 1932 en 1935. De sterfdatum van Leo en dat van het hele gezin is 27 augustus 1943 in Auschwitz.

Veertienjarige jeugd- en cursusleider

De Joodse Raad is volgens dr. Raymund Schütz als gevolg van de eerste deportaties en de aanvragen tot uitstel, een cartotheek gaan aanleggen, dus vanaf juli 1942. Schütz is jarenlang beheerder geweest van de cartotheek toen deze bij het Nederlandse Rode Kruis was ondergebracht. In juli 1942 was Leo, het oudste kind in het gezin Trager, veertien jaar en tien maanden. Op zijn JR-kaart staat dat Leo leerling was op de Joodse HBS, dus nog vóórdat Joodse kinderen niet meer naar reguliere scholen mochten gaan en de Joodse HBS een van de scholen voor Joden zou worden. Een besluit dat inging bij de start van het schooljaar 1942-1943. De ouders van Leo hadden dus bewust voor een (de) Joodse middelbare school gekozen. Hij had eerst op een Joodse lagere school gezeten, de Talmud Thora-school, en ging vanaf september 1940 naar de Joodse HBS. Ook staat er op zijn JR-kaart vermeld dat Leo jeugd- en cursusleider was van de jeugdsynagoge Oost. De jeugdsjoel ging uit van de vereniging Nachaliël en hield diensten in het lokaal aan de Polderweg, annex de Synagoge Linnaeusstraat, de in 1928 ingewijde synagoge van Amsterdam-Oost. De eerste jeugdsjoeldiensten begonnen in 1925 [Centraal Blad voor Israëlieten in Nederland, 24 februari 1938]. In 1931 moesten in het lokaal dat bedoeld was om aan circa 70 personen ruimte te bieden, ‘al ruim 80 kinderen, plus 6 leiders en de voorzanger, tezamen dus ongeveer 90 personen geborgen worden’ [Nieuw Israëlietisch Weekblad, 5 juni 1931]. In 1938 werd met vreugde medegedeeld ‘dat het bezoek aan de Jeugd-Synagoge voortdurend toeneemt en dat kortgeleden cursussen zijn ingesteld, die zich in niet onbevredigende belangstelling mogen verheugen.’ [Centraal Blad voor Israëlieten in Nederland, 2 juni 1938]. Ongetwijfeld de activiteiten waarbij Leo Trager een leidende rol zou gaan spelen.

Veertien jaar lijkt mij erg jong om jeugd- en cursusleider te zijn in een met veel Joden bevolkte buurt; Leo moet bijzondere talenten of capaciteiten hebben gehad. Veertien jaar, op zich al verbazingwekkend om op zo’n jonge leeftijd een leidende rol in het jeugdwerk te vervullen. Het meest opmerkelijke is dat dit laatste de reden was, waardoor Leo een Sperre kreeg. Op veertienjarige leeftijd, als enige in het gezin. Zijn ouders en zijn jongere zusjes hadden geen eigen Sperre. Misschien was hij met zijn veertien jaar wel de jongste die een Sperre had en tevens de jongste die als enige van een gezin een Sperre had.

Geslaagd

Op 4 september 1942 vermeldt het Joodsche Weekblad dat Leo Trager is geslaagd voor het Talmidiem Limmoed-examen van de Centrale Culturele Commissie van de Joodsche Raad, een toets over Hebreeuwse en Joods-religieuze kennis waar studenten en jongeren aan meededen en die oorspronkelijk werd afgenomen in de Agoedas Jisroeil-beweging, die zoals alle Joodse verenigingen gedwongen onder de vleugels van de Joodse Raad was komen te staan.

Het Joodsche Weekblad, 4 september 1942

 

Tegelijk met Leo slaagde voor het Limmoed-examen J. Gazan. Waarschijnlijk is dit Jozef Gazan geweest. Jozef werd geboren in 1923 en doorliep de Joodse HBS. Daarna, tot zijn verwijdering van de universiteit, studeerde hij rechten. Vervolgens kreeg hij een baantje bij het Rabbinaat en vanaf 16 juli 1942 had hij een Sperre omdat hij in de broodvoorziening van de Joodsche Raad zat. Op de archiefkaart van het Bevolkingsregister staat dat dit tevens zijn beroep is: medewerker J. Raad. De gemeentelijke Amsterdamse overheid werkte op dit punt mee met de registratie. Op 5 augustus 1942 trouwde Jozef, nog geen 20 jaar oud, met de 18-jarige Judith Serlui. Waarschijnlijk om als getrouwd paar meer kans te maken op vrijwaring van transport. Een maand later slaagt hij voor zijn Limmoed-examen. Op 25 mei 1943 arriveert hij met Judith in Westerbork. Op 1 juni worden zij met de eerstvolgende vertrekkende trein op transport gesteld naar Sobibor.

Als je kijkt naar de andere deelnemers die zijn geslaagd dan is Leo veruit de jongste. Alexander Dinkel uit de Spinozastraat was ook veertien jaar. Geboren op 28 maart 1927 was hij dus acht maanden ouder.

Een andere geslaagde voor het Limmoed-examen is Mr. J. Sanders. Dit is waarschijnlijk Jacob Sanders, geboren in 1914 in Zwolle. Tot het beroepsverbod voor Joodse juristen werkte hij als advocaat in Almelo. Daarna was hij noodgedwongen docent rekenen en wiskunde aan de Joodse ULO in de Voorstraat 41 in Zwolle. Tegelijkertijd was hij in Enschede actief als bestuurslid van het opleidingsinstituut voor religieuze Palestina-pioniers van de Poale Agoeda-beweging.

Parochet synagoge Zwolle Sanders-Polak

 

In de sjoel van Zwolle hangt een parochet met daarop, in het Hebreeuws, dat het ter nagedachtenis is aan: “Jochanan zoon van Ja’akow Sanders, zijn vrouw Reische dochter van Nathan Josef Polak en hun zonen die vermoord zijn door vijanden van Jisrael in het jaar 5703 (1942-1943). Moge G’d hen ten goede gedenken.” Dit betreft Joachim Sanders en zijn vrouw Rosalie Sanders-Polak en hun zonen. Jacob had twee jongere broers, Karel en Nathan. Jacob was getrouwd met Sara Rebecca Modijefski, dochter van de godsdienstonderwijzer en tweede chazzan van Arnhem.

Alexander Dinkel

Alexander Dinkel heeft de oorlog overleefd, zijn ouders niet. Zijn vader was Samuel Siegfried Dinkel en zijn moeder Suzanna Jacoba (Susi) Tobias.  Suzanna was een dochter van dr. Tobias Lewenstein. Susi werd in 1902 in Den Haag geboren waar haar vader opperrabbijn was. In november 1932 verhuisde het gezin Dinkel en vestigde zich in Amsterdam. In mei 1933 adverteert het ‘streng orthodoxe gezin’ dat er een kamer te huur is in hun huis in de Plantage Kerklaan. Tussen juni en november 1933 huurt de uit Neurenberg afkomstige inderdaad religieuze Selma Hirsch (Hamburg 1887) de kamer.

Tussen 1936 en januari 1938 schreef Susi Dinkel een feuilletonroman in het Nieuw Israëlietisch Weekblad over een (haar?) gezin in Amsterdam, een welgesteld gezin in een academisch milieu.

Naar Israël

Alexander werd na de oorlog opgevangen door de familie van zijn moeder in Zwitserland en is in 1949 naar Israël geëmigreerd. Daar is hij een van de hoofddocenten geworden van de Jesjiva (Talmoedschool) Kol Torah in Jeruzalem die vanuit Duitsland verplaatst was. In Amsterdam was hij net als Leo Trager leerling op de Joodse HBS. Gezien zij dezelfde leeftijd hadden, moeten Trager en Dinkel klasgenoten zijn geweest. Alexander kreeg buiten de HBS ook nog Joods onderwijs van rabbijn dr. Aaron Neuwirth. Niet verwonderlijk dus dat hij al zo jong voor het Limmoed-examen is geslaagd. Het is heel goed mogelijk dat Alexander samen met Leo zijn lessen bij rabbijn Neuwirth volgde.

Neuwirths zoon Jehoshoea zou in Kol Torah een collega van Dinkel worden en kreeg vermaardheid door zijn boek ‘Shemirath Shabbat Kehilchata’ dat op het gebied van de sjabbat-voorschriften, het standaardwerk is geworden.

Vught – Westerbork – Auschwitz

Naftali Trager was op 16 maart 1943 in kamp Vught geïnterneerd. Dat blijkt ook uit de aantekening op zijn Joodse Raadkaart van 15-7-1943 van de afdeling Emigratie van de Joodse Raad, want dan wordt gemeld dat deze persoon niet bekend is in Wbk. Op 17 juli is Naftali Trager vanuit Vught naar kamp Westerbork overgebracht. Op dezelfde dag arriveert zijn tot dan in Amsterdam achtergebleven gezin ook in kamp Westerbork. Dat is de datum waarop de aankomst van Leo met zijn moeder en zusjes in Westerbork op hun Joodse Raad-kaarten is aangetekend.

Westerbork-Bergen Belsen

Alexander Dinkel verbleef met zijn ouders, broer en zus al vanaf 13 september 1942 in Westerbork. Zij werden op 11 januari 1944 naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Goed mogelijk dat de jongens elkaar in Westerbork nog hebben gezien, misschien zelfs nog samen hebben geleerd. Jona Emanuel verbleef net als Alexander Dinkel in Bergen-Belsen. Emanuel schrijft in zijn In Memoriam over Dinkel dat hij heeft gezien hoe Alexander, die twee jaar jonger was dan hijzelf, in de miserabele omstandigheden van Bergen Belsen, Tora leerde met dr. Jakob Jekutiel Neubauer, de rector van het Nederlands-Israëlitisch Seminarium. Emanuel: “het is tot op de dag van vandaag een bron van trots en geluk.” (Hama’ayan, המעין vol 24-2, 5744 = 1984, p. 52). Emanuel overleefde Bergen-Belsen, 21 jaar oud; zijn vader en moeder, een 5-jarig zusje en drie broers overleefden Bergen Belsen niet.

Jugendleiter

Het gezin Trager is op 24 augustus 1943, vijf weken na aankomst in Westerbork, op transport gesteld, bestemming: Auschwitz. Op de transportlijst staat bij Naftali dat hij ‘Damenhutmacher’ was. Bij Leo staat ook zijn beroep: ‘Jugendleiter’. In Auschwitz is het hele gezin onmiddellijk omgebracht. Leo de jeugdleider werd vijftien jaar. Alexander Dinkel, de jongen uit zijn klas en waarschijnlijk zijn jeugdvriend, overleed op 12 oktober 1983 in Jeruzalem en werd begraven op de Olijfberg.