Onze sjoel is voor zover mogelijk de vervanging van de Beth Hamikdasj, de tempel in Jeroesjalajiem. Die was weer de opvolger van de Misjkan, het mobiele heiligdom dat het Joodse volk in de woestijn had gebouwd.
Ruben Vis, Dvar Tora bij ZOOM-Kabbalat Sjabbat, p’ Tsav, Joodse Gemeente Amsterdam, 3 april 2020
Iedere keer dat het Joodse volk zich verplaatste, werd de Misjkan afgebroken en op de volgende plaats weer opgebouwd. Net als onze sjoels, die in zekere zin de opvolger van de Misjkan zijn.
Onze tefillot, onze gebeden, komen in de plaats van de offers die in de Misjkan en in de Beth Hamikdasj werden gebracht, en zo is onze sjoel voor zover mogelijk in de plaats van de Misjkan. De sjoel noemen we een Mikdasj Me’at – de sjoel is een beetje een Mikdasj – een beetje een heiligdom, een beetje Mikdasj, een beetje een Misjkan.
Wij hebben ook sjoels, we hebben onze Misjkan Me’at – maar onze sjoel is dicht, we komen er niet in bijeen. Is daarmee het verhaal uit? Nee. Zeker niet.
De parasja van vandaag vertelt ons over een interessant voorschrift. Iets wat juist nu, nu we onze sjoels niet in kunnen gaan, van waarde is. Maar, ik zeg het bij voorbaat, niet zonder meer is te verwezenlijken.
Dit lezen we in onze parasja, in parasjat Tsav, in het boek Vajikra hoofdstuk 8 zin 3.
We’eet kol ha’eeda hakheel el petach ohel mo’eed – en je zult de hele gemeenschap bijeen brengen aan de opening van de Ohel Mo’eed – de Misjkan.
We weten dat het Joodse volk bij de uittocht uit 600.000 mannen bestond, de vrouwen en de kinderen nog niet meegeteld. Dus hoe was men in staat om met z’n allen, kol ha’eeda – met de hele gemeenschap, zich te verzamelen voor de ingang van de Misjkan?
Rasji geeft aan dat er sprake was van een wonder, waardoor al die mensen in een verhoudingsgewijs kleine plek konden samenkomen. HKB”H maakte de ruimte die vanzelfsprekend beperkt was, door een wonder groter.
Maar voorafgaand aan de verklaring hoe lukt het om zoveel mensen in zo’n kleine ruimte te krijgen, is er nog iets anders.
Als ik u zeg dat het een mitswe is om samen te komen in sjoel, en lees voor ‘sjoel’ ook Beth Hamikdasj, of Misjkan, dan is wat ik zeg, om het in de context van onze pasoek te houden, niets meer dan een open deur.
Vaak genoeg krijg ik de vraag, uit joodse en uit niet-joodse kring, hoe het kan dat in de naam van de organisatie waar ik secretaris van ben, het NIK, de k staat voor kerkgenootschap. Kerkgenootschap…? Toch is het minder raar dan het lijkt.
Wat is een kerkgenootschap? Het antwoord is: een groep mensen die nastreeft ‘de gezamenlijke verering van het Opperwezen’. Dat is wat we doen, gezamenlijk het Opperwezen, HKB”H, vereren.
Nu, in deze omstandigheden, is dat ‘gezamenlijke’ voor ons nog het geval. Gezamenlijk maar niet verzameld. Niet fysiek verzameld.
Als we de tekst van de Tora, en van onze parasja van vandaag, nauwkeurig lezen, dan is duidelijk dat bijeen komen in de Misjkan of in de sjoel natuurlijk een mitswa is, maar ook:
We’eet kol ha’eeda hakheel el petach ohel mo’eed – en je zult de hele gemeenschap bijeen brengen aan de opening van de Ohel Mo’eed – aan de opening van de Misjkan.
Je hebt dus in de Misjkan, en voor de Misjkan. Wie het voorzetselfilmpje over de afwasmachine heeft gezien waarmee een Joodse moeder onlangs haar kinderen probeerden aan te sporen vooral hun bordje in en niet op de afwasmachine te zetten, begrijpt wel wat ik bedoel.
Los van het feit dat we de sjoel niet in kunnen, kunnen we ook niet vóór de sjoel bijeen komen. Toch kunnen wij bijeen komen voor de petach ohel mo’ed – voor de deur van onze sjoel. Het is geen G’ddelijk wonder maar dan in ieder geval een technisch wonder dat ons nu in staat stelt om ons te verzamelen, virtueel, via videoconferentie, voor de deuren van onze sjoels.
Daarom heb ik een poster gemaakt (geprojecteerd op de online meeting). Het zijn zoveel mogelijk deuren van al onze 37 sjoels in Nederland waar regelmatig dienst wordt gehouden. En met de muur van de sjoels aller sjoels, de Kotel, de Westelijke Muur, er ook tussen. Verlaten. Ook daar, in Jeroesjalajim, is het leeg. Als we niet in sjoel bij elkaar kunnen komen dan kan het, via het virtuele wonder ook voor de sjoel, daarmee ook het Torawoord vervullend.
We’eet kol ha’eeda hakheelel petach ohel mo’eed – gelijk het wonder destijds voor de feitelijke Misjkan, verzamelen we ons nu virtueel voor de jammerlijk gesloten deuren van onze sjoels, omdat thuis-zijn de beste remedie is tegen het virus.
Wanneer het gevaar is geweken, staan we er opnieuw om in vreugde, voorspoed èn gezondheid ons gezamenlijk te wijden aan de verering van ons Opperwezen.
Moge het geluid van jubel- en lofzang spoedig weerkaatsen binnen de muren van onze geliefde sjoels.