In 2018 verscheen Thijs Bayens bij mij op kantoor. Eerst stelde hij zich voor als degene die een team had opgezet om de cold case te onderzoeken wie Anne Frank zou hebben verraden. Daarna legde hij me ongevraagd uit dat het erop lijkt dat hij Joodse wortels heeft. Bijna vier jaar later onthulde Bayens het resultaat van het cold case-onderzoek: het is Arnold van den Bergh, een Joodse notaris, die degene zou zijn geweest die met 87% zekerheid de nazi’s had geïnformeerd over het achterhuis waar de familie Frank en de anderen ondergedoken zaten. Al snel kwam er een golf van weerleggingen, omdat het noodzakelijk was de stelling van Bayens van weerwoord te voorzien. Maar hoe zat het nou met zijn persoonlijke stelling en daarmee zijn grootste drijfveer?
Plaatsje aan tafel
Thijs Bayens is de bedenker van de cold case-nachtmerrie. De perscampagne was werkelijk overweldigend. Direct nadat het nieuws bekend werd op CBS’ 60 Minutes, kwamen de Europese media met dezelfde schreeuwerige boodschap, allemaal Bayens napratend en wijzend met de vinger naar de Joodse notaris. Maar nee, het was niet de notaris die Anne Frank had verraden. Wetenschappers hebben de theorie onderuit gehaald. En Bayens, wie was Bayens en wat was nou eigenlijk zijn connectie met de vraag wie Anne Frank heeft verraden?
In al het mediageweld had Bayens op de dag dat het verhaal ‘brak’ voor zichzelf een plaatsje geregeld aan tafel bij Margriet van der Linden met haar toenmalige talkshow M van KRO-NCRV op NPO1. Het fragment staat nog steeds online, onder de kop Wie verraadde Anne Frank? De KRO-NCRV heeft nooit de moeite genomen om achteraf de zaak op z’n minst te nuanceren. Heel vreemd.
Joodse achtergrond
Op de openingsvraag van Van der Linden hoe hij erbij kwam om dit project te starten, horen we Bayens antwoorden dat hij dacht dat hij Joods was omdat zijn grootmoeder Polak heette: “In de eerste plaatst is er een persoonlijke reden om met zo’n project te komen. Mijn familienaam is eigenlijk Polak. Dus dat veronderstelt een Joodse achtergrond te hebben. Dat is helemaal niet gebleken uit de stukken maar wat in mijn familie wel heel moeilijk bespreekbaar was en waar je als kind de olifant in de kamer voelt, van de gesprekken die niet gevoerd kunnen worden, de vragen die niet gesteld kunnen worden, maar de pijn die er wel is.”
Ingestudeerd
Waar alle publiciteit tot in de puntjes was geregisseerd, kan Bayens deze opmerking niet terloops hebben gemaakt. Thijs Bayens plaatste bewust deze “ik heb ook Joodse pijn” vrijspraak. Het was ingestudeerd. Toen Bayens vier jaar ervoor bij mij kwam, had hij hetzelfde verhaal met dezelfde emotie. De openingszet, ‘Maar de pijn die er wel is’, lijkt een slimme maar kwaadaardige toe-eigening van het naoorlogse Joodse lijden en, erger nog, slachtofferschap. Verwijt mij niets, ik ben zelf van Joodse afkomst.
Als ik terugdenk aan die ontmoeting in 2018, moet het dus zo zijn geweest dat Bayens de Joodse notaris toen al in het vizier had. Waarom anders beginnen over je eigen Joodse wortels? Om interesse te hebben in het Joodse kind Anne Frank hoef je niet Joods te zijn. Iedereen is in Anne Frank geïnteresseerd door haar verkregen bekendheid. Als uit zijn ‘onderzoek’ was komen vast te staan dat de verrader niet-Joods zou zijn geweest, had niemand de behoefte gehad om te weten of Bayens misschien zelf van Joodse afkomst is. Fabuleren om je eigen rol in te kleuren.
Niet-Joodse Polakken
Er is een discrepantie tussen wat Bayens over zichzelf heeft gezegd en de feiten. Zijn grootmoeder heette inderdaad Polak, haar moeder was niet Joods en de vader van Thijs’ grootmoeder Polak had geen religie, diens vader ook niet. Blijkbaar zijn er ook niet-Joodse Polakken. Dus zijn er mensen die Polak heten of van Polak afstammen zonder ook maar enige Joodse achtergrond. Bayens heeft gigabytes aan onderzoek, zei hij. Over Anne Frank. Over een Joodse notaris. Welk onderzoek heeft Bayens over zijn eigen familie, Joden, ariërs en de oorlog, gedaan?
Kultuurkamer
De grootmoeder van Thijs Bayens, Bet Polak, was een beeldend kunstenaar. Uit de administratie van de Kultuurkamer (voor zover bewaard gebleven) blijkt dat mevrouw B. Bayens (Bet Bayens-Polak) wonende aan de P.C. Hooftstraat 166 in Amsterdam, zich bij de Kultuurkamer heeft aangemeld. Dat moet in najaar 1941-voorjaar 1942 zijn geweest. De Kultuurkamer stond alleen open voor wie ariër was, niet voor wie onder de Neurenberger Jodenwetten viel.
Benien van Berkel schrijft in de biografie over Kultuurkamer-baas Tobie Goedewaagen: “wat het imago van de Kultuurkamer echter écht parten speelde, was de weigering van enkele tientallen prominente kunstenaars uit alle kunsten om zich bij hun gilde aan te melden.” Tot die weigerachtige prominente kunstenaars behoorde oma Bet Polak dus duidelijk niet.
Blijkt uit haar aanmelding bij de Kultuurkamer dat Bet Polak fout was? Nee, niet per definitie. Misschien was het pragmatisme dat Bet deed besluiten om zich aan te melden bij de Kultuurkamer. In december 1945, dus in het bevrijdingsjaar, overlijdt Han Baijens, de echtgenoot van Bet Baijens-Polak, ook een kunstenaar. De aankondiging van zijn overlijden plaatst Bet in De Waarheid, het communistische dagblad.
Van Messel

In 1943 verhuisden Han en Bet Bayens van hun etagewoning in de P.C. Hooftstraat naar een woning op het toenmalige Jan Willem Brouwersplein, wat nu het Concertgebouwplein heet. Op 22 maart 1943, zo blijkt uit de woningkaart in het Stadsarchief Amsterdam. Wie woonden er tot die tijd op dit adres en waar zouden de vorige bewoners naartoe zijn gegaan? De woningkaart is niet alleen op de site van het Stadsarchief te vinden maar staat ook op het digitale Joods Monument. In 1939 komt het gezin van Maurits Charles van Messel vanuit de Sarphatistraat op het J.W. Brouwersplein 18 wonen. Van Messel had een autohandel op het Jacob Obrechtplein tussen de Hondecoeterstraat en de Bronckhorststraat, op loopafstand dus van zijn nieuwe woning.
Van Messel en zijn vrouw Hedwig (Heddy) hadden twee zoons. Vader Maurits Charles en zoon Hans Maurits zaten in het verzet en zijn allebei in Kamp Vught terecht gekomen. De officiële sterfdatum van Maurits is 4 april 1943 in Haaren. Hans is op 5 september 1944 in Haaren gefusilleerd, op Dolle Dinsdag.
De andere zoon, Robert Charles, was leerling verpleger in het Nederlands Israëlitisch Ziekenhuis. In niet-Joodse ziekenhuizen mochten Joden niet meer worden opgenomen, werken en worden opgeleid. Op 13 augustus 1943 werd het ziekenhuis leeggehaald. Op 16 augustus 1943 wordt Robert samen met collega-verpleegster Louise van IJssel opgespoord en door twee leden van de Colonne Henneicke afgeleverd op het politiebureau aan het Singel om de volgende dag te worden overgebracht naar de Noorder-Amstellaan waar de Colonne Henneicke kantoor hield. Hun komst in Westerbork wordt geregistreerd op 26 augustus. Louise wordt in een strafbarak geplaatst. Robert waarschijnlijk ook. In ieder geval worden beiden op het eerstvolgende transport gezet naar Auschwitz. Louise is onmiddellijk na aankomst op 3 september vermoord. De sterfdatum van Robert in Auschwitz is 31 maart 1944.
Stolpersteine leggen
Waar Heddy in de oorlog was, weten we niet. In juli 1945 laat zij zich inschrijven in de Murillostraat 6 waar ze vanaf dan inwoont bij de niet-Joodse weduwe van een in 1944 in Amsterdam overleden Joodse man. In september 2024 legden we drie Stolpersteine voor de woning van de Van Messels op wat nu het Concertgebouwplein heet. De initiatiefneemster voor deze Stolpersteine is een mevrouw uit de Verenigde Staten die door haar interesse in het verzetswerk van de christelijke Corrie ten Boom hoorde over Hans van Messel. Hans was bij Corrie ten Boom in huis op het moment van een inval. Met een aantal anderen wist hij op miraculeuze wijze in een in het huis gecreëerde schuilplaats de dans te ontspringen. Later zou hij alsnog worden gepakt. Na zijn bevrijding uit het huis van de familie Ten Boom in maart 1944 keerde Hans terug naar zijn gastgezin Schouw en hervatte zijn werk als koerier. Maar een medewerker van Schouw verraadde Hans aan Nederlandse politieagenten die gespecialiseerd waren in de jacht op Joden. Ze arresteerden Hans in augustus 1944 terwijl hij vervalste documenten bij zich had. In het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging bevindt zich het dossier van Pieter Knorr, die wordt verdacht van collaboratie met de Duitse bezetter. Nu het CABR digitaal doorzoekbaar is, gaf het intypen van ‘Hans van Messel’ de volgende informatie. Op de zitting van 13 maart 1948 wordt Knorr ter verantwoording geroepen over zijn gedragingen in Haarlem, Aerdenhout en Amsterdam en dat hij ‘onder b bedoelde jodenjongen genaamd Hans van Messel heeft blootgesteld aan opsporing, vervolgens vrijheidsberoving, … welk feit de dood van die van Hans van Messel tengevolge heeft gehad.’
Thijs Bayens zei gigabytes aan Holocaust-gerelateerd materiaal te hebben onderzocht op zoek naar de verrader van Anne Frank. Voor wat zijn Joodse pijn betreft is het: case closed.
