RubenVis

Ruben Vis

Bluf en durf. Adje Cohen, een leven in verzet

Toen in 2007 het Joods Biografisch Woordenboek verscheen miste ik daar een naam: Arthur J.U. Cohen. Er waren natuurlijk vele Cohennen in het boek maar het lemma Adje Cohen ontbrak. Inmiddels is er in de digitale versie van het Joods Biografisch Woordenboek wel een aan Adje Cohen gewijde pagina. En nu (2021) is er Adje Cohen, een leven in verzet, een biografie over een van de meest markante persoonlijkheden in het Joods Nederland van 1940 tot het einde van de eeuw. Markant omdat Cohen veel heeft geïnitieerd, daarvan veel heeft bereikt en ook veel niet, en vooral omdat hij onconventioneel was.

Eigen initiatief

Alles wat Adje Cohen deed was op één doel gericht: Joden redden, zowel hun leven als hen te redden voor het Jodendom. Cohen was geen bestuurder van een Joodse Gemeente en bleef waarschijnlijk daarom onder de radar van de opstellers van het in druk verschenen Joods Biografisch Woordenboek. Ten onrechte en tegelijkertijd ook typerend. Cohen ging zijn eigen weg en botste daardoor met de bestuurders. Eind 1941 ontmoet Cohen de communistische verzetsleider Gerben Wagenaar. Over Cohen zegt Wagenaar dat hij niet in opdracht van een verzetsgroep optrad, maar zich op eigen initiatief bezighield met hulpverlening aan Joodse onderduikers. “Dat eigen initiatief, los van bestaande organisaties, wordt Cohens handelsmerk,” voegt Jaap Sanders, auteur van de Cohen-biografie, er treffend aan toe. “Ach het is Artje maar”, was de standaarduitdrukking in het huis van mijn grootouders in Rotterdam wanneer Cohen weer iets had ondernomen dat buiten de geijkte paden lag maar dat daarom niet veroordeeld zou moeten worden. (Iedereen had het over Adje Cohen, in mijn jeugd hoorde ik Artje zeggen. Waarschijnlijk ontleend aan zijn oorlogsschuilnaam Aart Gerardus Lekskes, roepnaam: Artje.)

Wereldgeschiedenis

Nu is er een boek over hem verschenen: Adje Cohen, een leven in verzet. De auteur, Jaap Sanders, had er geen betere titel aan kunnen geven. Cohen kreeg privé en in zijn werk vaak met tegenslagen te maken. Dat weerhield hem er niet van om zich in te zetten voor de Joodse medemens en voor het Joodse belang. Sanders heeft jaren aan het boek gewerkt en uit de vele noten blijkt dat hij heel veel bronnen heeft geraadpleegd en met veel mensen heeft gesproken. Wie goed is ingevoerd ziet dat daartussen ook namen ontbreken. Cohen had tegenstanders, Sanders schrijft dat in zijn verantwoording. Bij een modus operandi als die van Cohen is dat onvermijdelijk.

Sanders weet de daden van Cohen in het kader van de wereldgeschiedenis te plaatsen. Soms is Cohen er zelf ook onderdeel van. Sanders beschrijft in zijn biografie de meest ongelofelijke gebeurtenissen die Cohen beleeft, of beter gezegd initieert en onderneemt. Wonderbaarlijke reddingen, gedurfde verzetsdaden, onbegrijpelijke wegen inslaan en dat alles met wisselend succes. Ook is een rode lijn de verrassende prioriteiten die Cohen kiest.

Bluf en durf

Afkomstig uit Hamburg, kind van een Nederlandse vader en een Duitser moeder, leert Arthur Cohen enige tijd in de Breuer-jesjiva in Frankfurt. Hij trouwt met de dochter van de secretaris van de Joodse Gemeente Rotterdam. Rotterdam is de plaats waar zij zich vestigen en tot 1969 blijven wonen. In de weken voor de oorlog uitbreekt bevindt Cohen zich in Engeland maar besluit, tegen de stroom in naar Rotterdam terug te keren. Het zou niet de eerste tegen de stroom in-actie van Cohen blijken. Zijn ouders behoren tot de eersten die in Rotterdam bij een razzia worden opgepakt en naar Loods 24 worden overgebracht. Cohen zoekt hen daar na Sperrtijd (!) op en probeert ze uit de loods te krijgen. “Ik ben weer weggekomen – maar zonder mijn ouders – door een wachtpost te overbluffen.” Zijn ouders worden gedeporteerd. Cohen is inmiddels al in verzet en doet dat met diezelfde trek, overbluffen, en hij toont zich onverschrokken. Die kenmerken, bluf en durf, zou hij zijn hele verdere leven inzetten voor de zaak die hij voorstond: het redden van Joden en hen te redden voor het Jodendom.

Cohen heeft nog een instrument dat hij voortdurend inzet: netwerk. Sanders laat in zijn biografie de meest uiteenlopende mensen de revue passeren. Iedereen is in de ogen van Cohen benaderbaar en inzetbaar. Soms is zijn project succesvol, vaak ook niet. Maar de inzet is steeds tomeloos, en vrijwel altijd onconventioneel. Cohen leefde een orthodox-Joods leven, zijn handelwijze was vooral onorthodox.

De biografie over Adje Cohen geeft niet alleen inzicht in de persoon Cohen en diens avontuurlijke leven, maar is voor de bredere context minstens zo interessant. Het geeft een beeld van Joods Nederland in wederopbouw en dan vanuit een niet-gestructureerde hoek, vanuit de hoek van een man die ziet wat naar zijn idee de problemen zijn en wat naar zijn opvatting de oplossing zou moeten zijn. Veel van de zaken die dan in Joods Nederland leven, komen in Adje Cohen, een leven in verzet, aan de orde. Jaap Sanders heeft hiermee een belangrijke bijdrage geleverd aan de beschrijving van deze periode, vanuit een perspectief dat anders nooit zou zijn gedocumenteerd. Adje Cohen was in 2007 voor de redactie van het Joods Biografisch Woordenboek niet de moeite waard. Sanders toont aan hoe volstrekt ten onrechte dit is geweest.

Gewerkt

De laatste vijftien jaar van diens leven heeft Sanders met Cohen gewerkt. Sanders was in veel operaties zijn rechterhand en schrijft dus ook van binnenuit. Dat daardoor zaken die hij beschrijft, gekleurd zijn, is onontkoombaar. Het boek lezend, valt op dat die kleuring niet beperkt blijft tot de jaren die Sanders zelf met Cohen heeft meegemaakt. In mijn jeugd had ik gehoord over Adje Cohen, heldenverhalen over zijn verzetswerk vertelden oude Rotterdammers me in sjoel over hem. Cohen was met een gewapende verzetskameraad direct na de bevrijding naar het adres West-Kruiskade 6a gegaan om een NSB-er uit de woning te verjagen. Sanders noemt het voorval en plaatst het in de context van een tekort aan woningen door het bombardement en de terugkeer van Joden en andere repatrianten. Sanders is geen Rotterdammer. Iedere Joodse Rotterdammer sinds 1930 kent het adres West-Kruiskade 6a, daar woonde tot zijn onderduik dokter Hausdorff.