RubenVis

Ruben Vis

Alle ruimte voor de Palestijnse tafel in het Wereldmuseum Leiden

Op 22 mei 2206 werd in het Wereldmuseum Leiden een activiteit gehouden De Palestijnse tafel over de Palestijnse keuken. De aankondiging vertoonde het gebied tussen Jordaan en Middellandse Zee alsof dit Palestina zou zijn. Lees hier mijn brief aan de directeur van het Wereldmuseum.

Mijn schoonvader was een Palestijn, dus op basis van de heel innige herinneringen die ik heb aan hem en vooral aan zijn grote professioneel-wetenschappelijke interesse voor het culinaire, heeft uw activiteit mijn bijzondere interesse getrokken.

Op uw site las ik het een en ander over uw visie, missie, etc. Waaronder dat u gelooft dat de wereld geen centrum heeft, maar één groot netwerk is waarin alles invloed heeft op elkaar. Wat mij ook trof is uw doelstelling om inzicht te geven in de geschiedenis en ontwikkeling van culturen wereldwijd aan huidige en toekomstige generaties, alsmede het onder de aandacht brengen van de wisselwerking tussen die culturen en in het bijzonder de contacten met onze cultuur. Voorts geeft u aan dat in het museum is terug te zien thematiek rondom de schoonheid van inheemse leefwerelden en hun strijd voor onafhankelijkheid en herstel van historisch onrecht. En tenslotte dat uw museum de nadruk legt op wetenschappelijke oriëntatie.

Wetenschappelijk

Welnu, wat dan deze gebeurtenis, de Palestijnse Tafel, betreft, is het wetenschappelijk, om daar mee te beginnen, niet correct om in de uitingen het hele Britse mandaatgebied Palestina af te beelden en te suggereren dat daar Palestina lag maar dat het er nu helemaal niet meer ligt. Zo was uw advertentie in onder meer Het Parool. Daar zien we het voormalige Britse mandaatgebied met daarin de tekst: Imagine Peace – a Palestinian Table. Het suggereert dat daar alleen een Palestinian Table is geweest – wat dat dan ook moge zijn of zijn geweest. En vooral: dat peace, vrede, alleen wordt bereikt met (de terugkeer van) de Palestijnse tafel. Wat dus direct doet concluderen: alleen de Palestijnse tafel, voor andere tafels is daar geen ruimte. Alsof er in Nederland geen ruimte zou kunnen zijn voor de Chinees-Indische, de Surinaamse, een Italiaanse pizzeria of ’n importe welke tafel dan ook. Allesbehalve wisselwerking tussen culturen.

Nazaten met stemrecht

Feit is dat in grote delen van het mandaatgebied van destijds nog steeds bewoners en hun nazaten wonen die er in 1947 en 1948 ook woonden. Ze hebben er stemrecht, ze nemen deel aan verkiezingen en worden verkozen in het parlement. Dat is wetenschappelijk correct. Niet dat zij er allemaal niet meer wonen en ook en vooral niet dat hun keuken niet meer zou bestaan. Wat dit laatste betreft: mijn schoonvader werd er nooit moe van ons, zijn kinderen, schoon- en kleinkinderen, naar Shawarma Hamdi te sturen, vlak bij het Benedictijnen-klooster en het graf van Sheik Issa Al Aqra in Abu Gosh waar je precies geserveerd krijgt, wat u museaal aan gaat bieden op 22 mei. Is dit geen voorbeeld van één groot netwerk waarin alles invloed heeft op elkaar?

Herstel van historisch onrecht

Iets anders is dat u het herstel van historisch onrecht wil laten zien. U bent allesbehalve volledig, of in ieder geval überhaupt meerzijdig. Want waar is uw tentoonstelling over de verdwenen cultuur van de Joden in Afghanistan, waar is uw verdwenen Joodse tafel in Iran, de verdwenen smaken van de Joden in Irak, waar zijn de gebruikte ingrediënten van de Joden in Syrië, de recepten van de Joden in Egypte, het keukengerei van de Joden in Jemen, Libië, Algerije, Tunesië en Marokko? Daar is sprake van historisch onrecht. Om nog maar te zwijgen van hoe Galerette en Schmalz Herring zijn verdwenen uit Polen, Litouwen, Oekraïne of Wit-Rusland en hoe Peren met Kugel, Kippensoep met saffraan, gemberbolussen, gevulde milt, en gremselich zijn verdwenen uit meer nabije plaatsen als Winschoten, Borculo, Nijkerk of Alkmaar. En ook uit Leiden natuurlijk.

Geen ruimte voor Israël

Uw advertentie laat geen ruimte voor de staat Israel, en dus ook maar enige Joodse presentie in wat de paus ooit noemde ‘niet alleen het heilige land, maar voor het Joodse volk ook het Beloofde land’. Maar ook zonder verwijzing daarnaar is het voor een serieus, ja zelfs zich op wetenschap beroemend, museum ontoelaatbaar een beeld te gebruiken waar de staat Israel compleet op ontbreekt. In het bijzonder als het gaat om het bereiken van vrede. Dan, in de ultieme situatie dat vrede aanbreekt, is er geen ruimte voor Israel. Mijn schoonvader, u zult dit begrijpen, heeft altijd de hoop op vrede behouden. Opgegroeid in het Jeruzalem waar Joden en Arabieren in dezelfde straat woonden, en dus ook elkaars kookgeuren opsnoven. Dat is wat hij zijn kinderen en kleinkinderen, en de wereld om hem heen, heeft willen meegeven door ons aan te moedigen naar Abu Gosh te gaan, naar de eetgelegenheid, genesteld tussen het Benedictijnenklooster en het graf van de Arabische sjeik Issa. Daar ligt de boodschap van vrede, niet in het Wereldmuseum in Leiden.

Ik verzoek u dan ook de volstrekt eenzijdige, ahistorische en a-wetenschappelijke bijeenkomst van 22 mei drastisch te herzien en de programmering aan te passen, of deze activiteit in zijn geheel te annuleren. In schaamte over welke schade u hiermee aan het aanrichten bent.

Op mijn opmerking over de geografische uiting kreeg ik dit antwoord:

Zoals vermeld, zijn de beelden die wij op de poster gebruiken in de eerste plaats weefsels van verbinding, open en onbepaald, waarmee binnenwereld en buitenwereld samenkomen. Dit sluit aan bij onze intentie met deze evenementen: verbinden en solidariteit creëren voorbij afgebakende grenzen en verschillende groepen. Elk programma in de serie heeft een ander visueel beeld. U heeft gelijk dat dit abstracte representaties zijn van de plaats waarop elk evenement zich richt. Hoewel het evenement van afgelopen vrijdag ging over eten uit Palestina, was het beeld niet bedoeld om te suggereren dat alleen Palestijnen in die regio wonen. Het ging eerder over voedsel en de geografische context daarvan wat niet beperkt blijft tot geografische grenzen. Voedsel is juist een manier om ons niet alleen binnen grenzen, maar ook daarbuiten met elkaar, te verbinden.

En op mijn vraag of er ook ruimte zou zijn in het Wereldmuseum voor een uiting uit Zionistisch perspectief kreeg ik dit antwoord:

Wat betreft uw tweede vraag over het horen van Zionistische stemmen in onze programmering: wij proberen het woord Zionisme in ons werk zoveel mogelijk te vermijden, niet omdat we het Zionisme willen ontkennen, maar omdat we hebben gemerkt dat het op zeer verschillende manieren wordt gebruikt en uiteenlopende betekenissen kan hebben voor velen. Ons programma is gericht op het verbeelden en gezamenlijk bevorderen van vrede, en op het helpen vormgeven van een rechtvaardigere en meer gelijkwaardige wereld voor iedereen. Natuurlijk zijn wij ons ervan bewust dat dit een ambitieuze doelstelling is, die mogelijk niet volledig haalbaar is. Toch geloven wij dat dit een van de rollen is die musea en de kunst kunnen vervullen binnen de samenleving, in een wereld die vandaag de dag wordt gekenmerkt door een zorgwekkende toename van conflicten en discriminatie. Daarom nodigen wij altijd stemmen uit in ons programma die een vergelijkbare inzet delen.