“Keuzevrijheid is een kostbaar goed Laten we daar steeds oog voor hebben en er met elkaar kei- en keihard aan werken dat lijdenswegen, zoals de lijdensweg die hier begon, niet opnieuw worden geplaveid.”
Met die woorden besloot Ruben Vis, algemeen secretaris van het NIK, zijn toespraak bij de jaarlijkse herdenking van Kamp Schoorl. Rabbijn Spiero van de Joodse Gemeente Noord-Holland noordwest sprak een Jizkor uit. Schoolkinderen lazen hun zelfgeschreven gedichten voor en assisteerden bij het leggen van de tientallen bloemstukken.
Ruben Vis, herdenking kamp Schoorl, 11 juni 2019
Mevrouw de ambassadeur van Oostenrijk, mevrouw de burgemeester, rabbijn, leden van de Gemeenteraad, leden van het comité, vertegenwoordigers van maatschappelijke instanties, leerlingen, geachte aanwezigen,
Voor ik mijn rede, mijn overdenking wil beginnen, hen gedenken die hier geïnterneerd zijn geweest, hen die hier in vrees hebben gezeten en vrij zijn gelaten, hen die doorgestuurd zijn en bevrijd zijn en hen die doorgestuurd zijn en niet terugkeerden, wil ik eerst ruimte geven aan mijn gedachten aan 11 juni vorig jaar toen hier ook de herdenking plaatsvond en niet ik u toesprak maar professor Evelien Gans.
Op 19 juli, nauwelijks een maand na de herdenking, was haar leven definitief voorbij, ze kon niet verder leven en maakte er een einde aan. Zo radeloos was ze.
Evelien Gans, achteraf kan ik niet zeggen dat ik haar heb gekend, ik heb haar ontmoet en achteraf zullen velen die net als ik geschokt waren door haar dood, door haar besluit, zeggen: eigenlijk heb ik haar niet gekend, ik heb haar slechts ontmoet.
Met Evelien Gans deelde ik een ander stukje, dan het puzzelstukje Kamp Schoorl, van die enorme puzzel die het beeld vormt van een tirannie, van een moord en van een slechtheid waarvan geen mens de volle omvang kan voorstellen. Eveliens tante en mijn oudtante liggen beiden in een massagraf langs het tracé van een spoorlijn ergens tussen Dresden en Berlijn. Met nog 17 andere lichamen zijn ze eind april 1945 door hun medegevangenen begraven. Waar de meeste Shoa-slachtoffers nooit een graf hebben gekregen, liggen deze 19 nog steeds in hun massagraf. De plek is nooit gemarkeerd. Ik heb het graf, meer dan 70 jaar na dato, gevonden en gelokaliseerd, en Evelien Gans was bereid om zich met mij in te zetten om de nog steeds ongemarkeerde plek waar mijn oudtante en de tante van Evelien en nog 17 andere Joden begraven liggen, veilig te stellen.
In dit kamp, Kamp Schoorl, het eerste door de Duitse bezetter opgerichte kamp, zijn een groep joden geïnterneerd geweest die op 22 en 23 februari 1941 bij de eerste grote razzia in Amsterdam zijn gepakt en in de nacht van 11 op 12 juni nog een groep. Van deze in totaal 649 joden hebben er slechts twee het overleefd. Slechts twee.
Alle anderen zijn weggekomen. Weggekomen, met dit eufemisme duidden mijn ouders en de anderen die het hadden overleefd hen aan die aan de klauwen van de moordenaars niet hadden kunnen ontkomen, die niet hebben kunnen vluchten, die hun gevangenschap niet hebben kunnen overleven, niet in onderduik de bevrijding van Nederland hebben kunnen bereiken maar op hun onderduik door foute landgenoten zijn verraden. Slechts twee van de 649. Alle anderen van de groep zijn weggekomen.
Kamp Schoorl was ook het kamp waarin communisten werden opgesloten na hun arrestatie op 25 en 26 juni 1941. De door de Nederlandse PID, politie inlichtingendienst, voor de oorlog opgestelde lijsten werden door de bezetter hiervoor gebruikt. De meeste gepakte communisten zijn op gruwelijke wijze vermoord, door vergassing en door medische experimenten.
Er volgden nog andere interneringen, van luchtmachtofficieren, jonge mannen uit Sommelsdijk, enkele tientallen burgers uit Maassluis, Rijnsburg en Hummelo, nog meer communisten en een aantal christelijk politiek geëngageerden.
Wie in zich opneemt wat hier is gebeurd, staat als aan de grond genageld.
Als ik lees wat er op het monument staat: “Voor hen begon hier een lijdensweg waarvan de meesten niet terugkeerden” en ik de tekst op me in laat werken dan krijg ik het gevoel dat er een ogenschijnlijke tegenstrijdigheid in deze woorden ligt opgesloten, een paradox die de lezer tot nadenken dwingt.
Als iemand zich op een weg bevindt, een lijdensweg, dan hoop je voor hem of haar dat die lijdensweg ophoudt. Maar hier was niet de hoop op ophouden, maar de hoop op terugkeer. De hoop van hen die zich op deze lijdensweg bevonden.

Laten we ook hen hier benoemen die hun dierbaren plotseling hadden moeten zien vertrekken en gekweld door onzekerheid achter waren gebleven.
En dan degenen van die bezorgden die later zelf ook op transport werden gesteld en de dood tegemoet gingen, deze kwelling van onzekerheid en hoop met zich meedragend, meetorsend.
Het geldt ook voor de achterblijvers. Voor de ouders, broers, zusters en kinderen, opa’s of oma’s van degenen die hier in kamp Schoorl zaten, die weer vrijkwamen en zij die werden doorgestuurd. Voor ieder van hen geldt dat hun internering hier in kamp Schoorl tot doodsangsten heeft geleid bij de achterblijvers.
Een van deze achterblijvers was Mirjam Ohringer, initiatiefneemster van dit monument, die gedrevenheid was haar handelsmerk, laat ons ook haar herinneren. Zij was een van hen. Haar geliefde behoorde tot de groep Joden die in juni 1941 werd opgepakt, hij was niet een van de twee, maar een van de 647 die het niet heeft overleefd maar in Mauthausen werd vermoord.
Toen ik besloot om hier de naam van Mirjam Ohringer te noemen, was dat vanwege haar verdiensten voor de herinnering aan 40-45 en in het bijzonder Kamp Schoorl. Met de wetenschap van nu, van wat een Eerste Kamerlid, van de grootste partij, denkt en zegt, die meent dat Joden geen verzet pleegden, is het helaas nog meer van belang haar naam te noemen, haar naam uit te roepen, tot in het centrum van de macht: Mirjam Ohringer, een van de velen.
In vrijheid kiezen, dat is het thema waar de herdenking van de bevrijding dit jaar mee in verband wordt gebracht. In vrijheid kozen communisten om communist te zijn en christendemocraten om christendemocraat te zijn. Er waren er zelfs die in ONvrijheid kozen het goede te doen, niet het foute of zoals zovelen die geen keuze maakten en zich zoveel mogelijk afzijdig hielden.
Voor joden was joods-zijn geen keuze. De bezetter bepaalde wie joods was en liet er haar nietsontziende moordmachine op los.
Het doet ons eens te meer beseffen dat ieder schepsel is gemaakt naar het beeld van God en dat de mens die zijn medemens doodt, 1 keer, 2 keer, 3 keer, 4 keer, 5 keer of 6 miljoen keer, al die keren een stukje God vermoordt en een deel van Zijn schepping vermoordt. Het leert ons dat wie een communist vermoordt, niet alleen een mens vermoordt maar ook de geest vermoordt.
Dat wie een antirevolutionair opsluit, hem niet alleen de vrijheid afneemt maar ook de geest probeert te knevelen. De geest hoeft niet de jouwe te zijn, zijn keuze is niet de jouwe, maar zijn vrijheid is wel jouw plicht om die gelijkwaardig te behandelen.
Voor ons geldt de plicht om het tegengeluid de ruimte te geven. De vrijheid om te kiezen koesteren. Keuzevrijheid is een kostbaar goed.
Laten we daar steeds oog voor hebben en er met elkaar kei- en keihard aan werken dat lijdenswegen, zoals die lijdensweg die hier begon, niet opnieuw worden geplaveid.