RubenVis

Ruben Vis

75 jaar geleden. De Simchat Tora van de afgeslotenen en gedwongenen

Op de dag na Simchat Tora werd 75 jaar geleden een bijzonder certificaat gemaakt. Het certificaat getuigt wie de dag ervoor chattan Tora en chattan Beresjiet waren. Het was 10 oktober 1944, de plaats: kamp Bergen Belsen.

 

Het 93e transport

Op 19 mei 1944 vertrok een transport van 238 mannen, vrouwen en kinderen per passagierstrein uit Westerbork naar Bergen Belsen. Het 93e van de uiteindelijk 99 transporten die vanuit Nederland vertrokken. De gevangenen werden in Bergen Belsen in barak 17 geplaatst. Ze waren in Amsterdam werkzaam geweest in de diamant. De nazi’s hadden het plan om in Bergen Belsen diamant te laten bewerken door joodse diamantbewerkers ten bate van de oorlogsindustrie. Het plan kwam nooit tot uitvoering. Velen van de diamantgroep en hun vrouwen zouden vanuit Bergen Belsen op transport worden gesteld naar andere kampen waar ze uiteindelijk zijn omgebracht.

 

Barak 17

Het werd najaar 1944. Bergen Belsen was verdeeld in diverse subkampen. Hetty Verolme-Werkendam memoreert in haar boek De Kinderbarak van Bergen Belsen dat opperrabbijn Simon Dasberg “een vergadering zou houden achter barak 17” om vragen te beantwoorden van medegevangenen over het probleem van kosjer eten onder de al maar slechter wordende kampomstandigheden (p. 52). Opperrabbijn Dasberg had een klein sefer Tora mee kunnen nemen toen hij van Westerbork naar Bergen Belsen werd getransporteerd. Er was dus een sefer Tora in Bergen Belsen.

De Israelische astronaut Ilan Ramon heeft in 2003 een sefer Tora van reisformaat meegenomen op zijn ruimtereis. Dit was het sefer Tora dat door opperrabbijn Simon Dasberg was meegenomen naar Bergen Belsen. Dasberg stierf op 24 februari 1945 in het kamp. Yehoyachin Joseph was als kind in het kamp. Onder leiding van Dasberg bereidde hij zich voor op zijn bar mitswa. Uit dat Sefer Tora las hij zijn parasja. Na afloop gaf Dasberg hem de kleine Torarol. Met zijn ouders is Joseph op een paspoort van El Salvador het kamp uit gekomen met medeneming van de Torarol die zo zijn weg vond eerst naar Zwitserland en later Israel. Daar zou Joseph hoogleraar ruimtevaart (astrophysics) worden. Ilan Ramon en het sefer Tora zijn op de ruimtereis verongelukt. Het nieuwe vliegveld van Elat is naar de astronaut vernoemd.

In barak 17 waren genoeg mannen om voor de feestdagen (…) een minjan te vormen. Osher Lehmann schrijft (Faith on the Brink, p. 133) dat er in barak 17 geen sefer Tora was. Zelfs zonder echt sefer Tora besloot men in barak 17 dus Simchat Tora te vieren. Op Simchat Tora wordt de Tora uitgelezen door de daar speciaal voor benoemde Chattan Tora en wordt de Tora onmiddellijk daarna weer begonnen te lezen door de Chattan Beresjiet. Zo is het ook in Bergen Belsen in barak 17 gebeurd. Weliswaar blijkbaar niet uit een Torarol maar kennelijk uit een meegenomen (en niet door de kampbewakers afgenomen) choemasj of machzor.

Certificaat

De volgende dag is er een certificaat gemaakt waarop wordt bevestigd wie de Chattaniem zijn geweest. De tekst van het certificaat is in een stabiel handschrift van drukletters geschreven. De namen van de drie ondertekenaars zijn in één handschrift in schrijfletters er onder gezet.

 

Voor de Tora en ter getuigenis

Wij, de ondertekenaars, getuigen hiermee dat op de afgelopen Simchat Tora rabbi Eliezer ben rabbi Oeri de Paauw gekozen is om de Chattan Tora te zijn in barak 17 in het kamp Bergen Belsen, zoals wij daar waren, afgeslotenen en gedwongenen. En de Chattan Beresjiet was rabbi Oeri zoon van de eerbiedwaardige heer Aron de Paauw. Laat Hashem ons bewaren voor al het slechte en breng hen naar hun bestemming in leven, vrede en gezondheid, spoedig in onze dagen, ameen.

24 Tisjrie, de dag na Simchat Tora, Bergen Belsen 5705

Aron Jacob zoon van de eerbiedwaardige heer Naftali Halevi Duizend
Meir zoon van de eerbiedwaardige heer Asjer Lehmann
Shlomo zoon van Jacob Halevi de Wilde

De Chattaniem

De chattan Tora, rabbi Eliezer ben rabbi Oeri de Paauw was (waarschijnlijk) Eliazer (Leendert) de Paauw, geboren in 1869. Hij was een oom van Philip de Paauw, de chattan Bereesjiet. Eliazer de Paauw, van beroep diamantklover, is met de meeste andere mannen op het diamanttransport gezet naar Oranienburg / Sachsenhausen en daar op 31 januari 1945 om het leven gekomen.

De Chattan Beresjiet, rabbi Oeri zoon van de eerbiedwaardige heer Aron de Paauw was Philip (Flip) de Paauw, geboren in 1907, een zoon van Aron de Paauw en Hanna Dinner (Dünner). Aron de Paauw was voorzitter van de Diamantbeurs, zijn vrouw was een dochter van opperrabbijn dr. J.H. Dünner. Philip de Paauw zou de oorlog overleven en vestigde zich met vrouw en na de oorlog geboren kinderen in Israel. Het certificaat nam hij mee.

Gerard Doustraat-sjoel

De eerste ondertekenaar was Jacob (Jaap) Duizend, geboren in Amsterdam in 1883, chef diamantklover bij Asscher in de Tolstraat. De vrouwen van Jaap Duizend en Leendert de Paauw waren nichten van elkaar. Jaap Duizend werd met de diamantgroep doorgestuurd en stierf in Sachsenhausen.

Meir zoon van de eerbiedwaardige heer Asjer Lehmann, de tweede ondertekenaar, was Marcus Lehmann, afkomstig uit Mainz. Hij had zich voor de oorlog in Amsterdam gevestigd en was bij zijn oom Maurits Liepman Prins in het diamantvak gekomen. Lehmann was als kleinzoon naar zijn grootvader rabbijn dr. Marcus Lehmann genoemd, de rabbijn van Mainz en de auteur van wat de Lehmann Haggada (1906) is gaan heten. Een Duitse Haggada met uitvoerige verklaringen, die na de oorlog ook in een Engelse vertaling is verschenen. De omvangrijke verklaring in de landstaal was toen een novum en na de vertaling ervan in het Engels, veel nagevolgd met talloze Haggadot met verklaring in het Engels. Lehmann is met het diamanttransport doorgestuurd en omgekomen. Zijn zoon Oscar / Osher Lehmann bleef met twee zusjes als verweesde kinderen achter in Bergen Belsen, overleefde en groeide op bij familieleden in de Verenigde Staten. Hij schreef Faith at the Brink, een autobiografie. Daarin beschrijft hij onder meer zijn vooroorlogse bezoeken aan hun vaste sjoel, de synagoge in de Gerard Doustraat in Amsterdam. Zo vertelt Lehmann dat rabbijn Dünner (waarschijnlijk J.H. Dünner, een kleinzoon van opperrabbijn Dünner, die met Izak Vredenburg, Coppenhagen, De Lange en Hirschel rabbijnen waren in het rabbinaat onder leiding van opperrabbijn Sarlouis) de rabbijn van de sjoel was en dat er dagelijks ’s ochtends en ’s middags minjan was, naast de sjoeldiensten op sjabbat. Er werd dagelijks na het middaggebed Misjna geleerd in de Gerard Doustraat-sjoel. Het doordeweekse minjan werd gehouden in het bijlokaal dat ook dienst deed als soeka. Het moet een klein minjan zijn geweest want veel plaats is er niet in het bijlokaal, dat nog steeds interieurelementen van een dagsjoel heeft en een dak dat open kan om er een soeka van te maken.


Veterboek waarin op sjabbat werd vastgelegd wie welk bedrag had toegezegd om te doneren na te zijn opgeroepen voor de Tora-lezing. In de linkerkolom staan de leden vermeld. M. (Marcus) Lehman staat in de alfabetische volgorde als tweede vermeld. Let op de afwijkende 18, 36, 72 en 90 bedragen, 18 = chai = leven, 36, 72 en 90 zijn daar vermenigvuldigingen van. (Foto: Ruben Vis, 2019)

Niet zichtbaar

Ook het Chattaniem-certificaat van Simchat Tora 1944 in barak 17 in Bergen Belsen komt in Faith at the Brink voor. Vreemd genoeg is een stukje van de tekst op de afbeelding in Faith at the Brink niet zichtbaar. Het lijkt alsof het afgedekt is geweest toen van het origineel een kopie is gemaakt. Het certificaat in het boek is zo schrijft Lehmann, een kopie dat hij in Israel had gekregen. Het einde van de zin met de plaats en datum ontbreekt. De laatste zin in kwadraatschrift eindigt namelijk met het jaartal, tav sjien he lefak = 5705, overeenkomend met 1944-1945. Prof. Dan Michman publiceerde het document in vol. 1 van Keshev, een tijdschrift van het Instituut voor onderzoek naar de Shoa van de Bar Ilan universiteit uit 1985 (p. 36). Daar staat het documentje wel in zijn geheel. Michman had het certificaat van de weduwe van Philip de Paauw, zijn tante, gekregen.

De derde naam is die van Salomon de Wilde, door Lehmann, blijkbaar onbekend met de typisch Nederlandse naam niet De Wilde maar De Weltz genoemd. Of Lehmann kon zich – hij was destijds 9 jaar oud – de man en zijn achternaam vijftig jaar later toen hij zijn autobiografie schreef, niet meer herinneren. De Wilde was in 1904 in Amsterdam geboren. Hij stierf na de bevrijding, op 31 mei 1945 in Bergen Belsen. De Wilde was een schoonzoon van Henriette de Paauw. Eliazer de Paauw, de chattan Tora was een broer van zijn schoonmoeder. Ook hij was diamantbewerker. Evenals Philip de Paauw is hij niet met de rest van de diamantgroep doorgestuurd, waarschijnlijk omdat hun leeftijd ‘in de militaire leeftijd’ lag, aldus de historicus Jozeph Michman die ook in Bergen Belsen zat. Jozeph Michman was in 1942 aanwezig bij het huwelijk van Philip de Paauw, een neef van zijn vrouw. Op bewaard gebleven foto’s van de huwelijksdag dragen De Paauw en Michman een witte anjer en een jodenster op hun kostuums.

De eerbiedwaardige heer

Waar staat ‘de eerbiedwaardige heer’ is dit een vertaling van de letters chaf he = kewod harav. Ook op matsewot vinden we die aanduiding. In dit geval zien we dat de een wel een ‘eerbiedwaardige heer’ is en de ander niet. Vanwaar het onderscheid? Drie vaders, die van de chattan Beresjiet, van Duizend en van Lehmann krijgen chaf he voor hun naam. Het kan niet het onderscheid zijn tussen een al overleden vader en een nog levende vader. De vader van Eliazer de Paauw is ook overleden, maar krijgt geen chaf he voor zijn naam. Wat de drie vaders mogelijk wel gezamenlijk onderscheidt is dat ze alle drie een chowertitel dragen, en dus is de aanduiding met de letters chaf he misschien bedoeld voor kewod hechawer.

Van de vijf mannen op het Simchat Tora-certificaat was alleen Lehmann geen directe familie van de andere vier. Alleen Philip de Paauw heeft van de vijf de Shoa overleefd.

Simchat Tora certificaat met de volledige laatste zin in het kwadraatschrift
Keshev, p. 36, Vol. 1, 1985


Faith at the Brink, p. 134